Categorieën
Geen categorie

VILLA 268 (de laatste bewoners)

Ik krijg zijn nummer van een kunstenares. Haar naam heb ik weer van een ambtenaar gekregen. Zij werkte vanuit de villa, ontwierp daar haar mode – SM achtige kleding aldus mijn contact. Ze huurde het via de anti-kraak regeling. Op het moment dat de villa een nieuwe bestemming zou krijgen, moest ze vertrekken.

De vrouw, in ons telefoongesprek: ‘Ik heb er heerlijk gewerkt, niet gewoond. Was maar waar. Met die mooie tuin, het was echt een paradijsje. Het huis was nog in oude staat. Op een dag stond er een man in de tuin die me vertelde dat zijn vader er had gewoond. Hijzelf niet. Hij wist veel te vertellen over het huis. Ook dat er in de oorlog onderduikers hebben gezeten achter de luiken bij de trappen. Ik zal je zijn nummer geven…’

Een paar weken later bel ik. Een stem, terughoudend maar met een zweem van nieuwsgierigheid: ‘Ja? Ik ken u niet. Hoe komt u aan mijn nummer?’ De man, Cor (Cornelis) genaamd, hoort me aan. ‘Het klopt dat mijn vader de laatste bewoner van de villa was. Toen hij vier jaar geleden overleed heb ik de woning leeggehaald.’

We spreken af in een koffiezaak in de buurt van het Haarlemmermeerstation. Ik neem een interview af. Na afloop lopen we naar het station en de woning. We gaan de tuin in. Het huis staat leeg. Hij is er al een paar jaar niet meer geweest. ‘Alles is weg, alleen die rubberen deurmat bij het trappetje aan de achterzijde ligt er nog.’

‘En die?’ vraag ik, ‘was die tuinkabouter ook van je ouders?’

‘Verdomd,’ zegt Cor, ‘die is van mijn moeder geweest. Dat moet haast wel.’

We spreken af dat ik hem een week later thuis zal bezoeken. Hij heeft namelijk tal van fotoalbums en Cor kan nog zo spraakzaam zijn, het blijven woorden, zijn woorden, herinneringen, antwoorden op vragen die ik hem stel. Ik dwaal via hem in de woning maar ik wil er met eigen ogen rondkijken. Dichterbij de werkelijkheid van toen komen: wat voor meubels stonden er, wat voor kleuren hadden de muren? De oude fotoalbums zijn een gouden vondst. Met Cor naast me staar ik naar binnen en maak een plattegrond van de oude indeling op basis van zijn herinnering.

Als we die middag afscheid nemen op de hoek waar vroeger een politiepost zat en later Broodje van Jaap, keer ik me na honderd meter om. Cor opent het oude tuinhek en verdwijnt in de voortuin. Ik weet genoeg.

Een week later loop ik naar zijn woning voor onze tweede afspraak. Zijn voortuin staat vol met tuinkabouters. Ook die ene die nog in de villatuin stond, is erbij gezet.