Of ik niet wat boeken van hem wilde. Mijn Amerikaanse buurman Hubert Mission is 88 jaar en hoewel hij hem niet met open armen bij de deur staat op te wachten, voelt hij zijn einde naderen. Als man alleen beginnen zijn waardevolle bezittingen hem een last te worden. Sinds twee jaar kwakkelt hij en waar mogelijk help ik hem. Onder meer door hem te chaufferen.

Rond de eeuwwisseling kwam ik hier te wonen in een mooi jaren 30 appartement in een ruim opgezette wijk. Van de buren die er destijds woonden, zijn er tot mijn grote verdriet al aardig wat vertrokken. Oude mensen, of mensen die allang ergens wonen, geven mij een zekere rust. Ik trek naar hen toe. In een wereld die maar doordraait en indrukken blijft leveren, zijn zij voor mij als bomen die staan waar ze staan. Daar waar ze zich bevinden is het goed. Dat geeft mij rust aangezien ik een nogal dromerig karakter heb en vele levens op vele plekken zou willen leiden. Bovendien kennen oude bewoners de geschiedenis van een plek en zij hebben, paradoxaal genoeg, tijd. Ze hebben vaak een lege agenda al ligt de aankoop van de laatste in het verschiet. Ikzelf heb ook een lege agenda. Mijn ritme is daarom eerder dat van een oude buur dan die van een jong stel.

Huberts vrouw Fanny leefde nog. Onze appartementen grenzen aan elkaar. Mijn werkkamer bevindt zich op zolder en als ik op zomerdag boven zat te werken, hoorde ik Hubert en Fanny praten terwijl ze op het dak in de zon zaten. Ik schrijf praten maar het was kibbelen. Zou je niet weten dat ze al 30 jaar samen waren dan kon je denken dat het huwelijk op springen stond. Niets was minder waar. Ze waren als Elizabeth Taylor en Richard Burton in ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ – hun aanhankelijkheid kwam er in verwijten uit. Kort nadat ik er kwam te wonen, kreeg Fanny een hersenbloeding en overleed niet veel later. Het was het moment dat ik Hubert met enige regelmaat begon te bezoeken.

Een snob, niet perse aardig. Dat was mijn eerste indruk van Hubert. Als ik bij hem op bezoek was, werd me de maat genomen. Wat of ik schreef, voor welke bladen, of ik er geld voor kreeg? Hij kon me zo pissig maken met zijn hooghartige houding dat ik vaak dacht: dit was mijn laatste bezoek. Maar twee weken later zat ik er weer. Wat me aantrok was zijn woning. Met Fanny had hij van de inrichting een Gesammtkunstwerk gemaakt met art deco meubels, vitrinekasten vol parfumflesjes, wanden vol schilderijen en kamers vol boeken. Hubert was ooit een blauwe maandag geschiedenisleraar geweest maar leefde na een carrière als fotomodel toch vooral op de inkomsten van Fanny die een fotopersbureau runde. Hubert kan goed vertellen en hij had graag schrijver geworden maar hij was veroordeeld tot liefdevolle consumptie want het ontbrak hem aan discipline en een verhaal…

Categorieën: Korte verhalen

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *